Werkconferentie

Wanneer:

september 2020

Werkconferentie over bevoegdheden, bekwaamheidsgebieden en de gemeenschappelijke kern die voor iedere leraar gelijk is.

Op zaterdag 19 september jl. vond de werkconferentie van de commissie plaats in de Jaarbeurs in Utrecht. Gedurende de dag zijn de commissieleden en een aantal leden van de ontwerpgroep met ongeveer zestig genodigden (bestuurders, directeuren, lerarenopleiders, managers, adviseurs en leraren) in een aantal sessies, verdeeld over de ochtend en de middag, in gesprek gegaan over de volgende thema’s en denkrichtingen:

Een eenmalige bevoegdheid als startbewijs voor het beroep van leraar
De Onderwijsraad stelt voor de aantrekkelijkheid van het leraarsberoep te vergroten door ruimere mogelijkheden voor specialisatie en loopbaanontwikkeling. Gekeken is naar de denkrichting waarbij leraren eenmalig hun ‘startbewijs’ voor het beroep behalen en daarmee breed bevoegd zijn voor het beroep. Leraren hebben daarbij een specialisatie in minimaal één doelgroep en inhoud. Als ze zich daarna willen verbreden naar een andere doelgroep of inhoud, breiden ze hun bekwaamheid uit door aanvullende specifieke bouwstenen van een opleiding te stapelen of door eigen expertiseopbouw. Zo’n bouwsteen kan gaan over 10-14 onderwijs, over lesgeven in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo of bijvoorbeeld het specialisme jonge kind.

Kleine, stapelbare bekwaamheidsgebieden
De bekwaamheidseisen aan leraren die gerelateerd zijn aan vak/inhoud en doelgroep/leerlingenpopulatie zijn nu per bekwaamheidsgebied gedefinieerd (voor po, 1egraads en 2degraads). De Onderwijsraad adviseert om deze bekwaamheidsgebieden in kleinere blokken en over sectoren heen te definiëren, om beter in te kunnen spelen op specifieke behoeften in verschillende onderwijssoorten en doorstroom makkelijker te maken. De bovengenoemde denkrichting van een ‘startbewijs’ geeft ook een andere kijk op bekwaamheidsgebieden. De vraag is of deze gebieden dan nog steeds leidend moeten zijn voor het initieel opleiden en professionaliseren van leraren, maar minder dwingend zijn? Wat is er dan aanvullend nodig om ontwikkeling te stimuleren en kwaliteit te borgen? En hoe voorkom je dat nieuwe blokken ook weer nieuwe grenzen trekken, die effect hebben op de inzet, doorstroom en ontwikkeling van leraren.

Een gemeenschappelijke kern die voor elke leraar gelijk is
De commissie is onder andere gevraagd om het ontwerp te maken voor zo’n pedagogisch en didactische kern van het beroep. Het idee van de Onderwijsraad is dat zo’n kern de herkenbaarheid en toegankelijkheid van het beroep vergroot en dat er meer mogelijkheden voor leraren ontstaan om door te stromen naar een andere doelgroep, onderwijssector of (vak)inhoud.
Naast deze gemeenschappelijke kern zouden leraren moeten beschikken over de kennis van specifieke onderwijscontext/doelgroep en vakkennis.
De commissie wil dat de beschrijving de lading dekt en dat leraren uit alle sectoren zich erin herkennen. Daarnaast moet de beschrijving berusten op een gedeeld beeld van wat de identiteit en het werk van alle leraren verbindt. De commissie wil daarom als eerste stap het gesprek aangaan met leraren, opleiders en anderen over wat de leraar en zijn beroep kenmerkt. De ontwerpgroep heeft daartoe eerst op papier gezet wat zij denken dat de Aard en het Beroep van alle leraren kenmerkt en wat Centraal staat in de alledaagse praktijk van de leraar. Dat heeft het ABC van de leraar opgeleverd: een eerste schets van de kern van het leraarsberoep.
Een aantal leden van de ontwerpgroep is in de ochtend van de werkconferentie het gesprek aangegaan met leraren, opleiders en anderen over wat de leraar en zijn beroep kenmerkt. Deze denkrichtingen zijn vanuit verschillende perspectieven besproken:
1. Wat betekent dit voor de leraar en zijn vak(ken). Hoe kan deze denkrichting helpen om
iedere leerling de leraar te geven die hij nodig heeft?
2. Wat betekent dit voor het onderwijs op de grenzen van sectoren of doelgroepen?
Hoe kan dit helpen om de overgang voor leraren en leerlingen te verbeteren?
3. Wat betekent dit voor de specialisatie(mogelijkheden) binnen het beroep van leraar?


In de middagsessies stond het opleiden en de professionalisering van leraren centraal. Deelnemers, commissie en ontwerpgroep hebben met elkaar gesproken over de vraag wat het idee van een brede generieke basis, die voor alle leraren gelijk is, betekent voor het opleiden van leraren?
Parallel aan de sessie met de ontwerpgroep sprak de commissie met een groep opleiders over de vraag hoe het idee van bouwsteensgewijs opleiden de mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling en specialisatie van leraren kan versterken?
De commissie onderzocht met deelnemers de denkrichting waarbij leraren eenmaal hun ‘startbewijs’ voor het beroep behalen en daarmee in de volle breedte van het beroep bevoegd zijn.
Deze denkrichting impliceert een ‘bouwsteensgewijze’ vormgeving van de lerarenopleiding: (1) een generieke algemene pedagogische en didactische basis, (2) vakinhoud en vakdidactiek en (3) kennis van de doelgroep. Bouwstenen kunnen daarbij zowel academisch als beroepsgericht georiënteerd zijn. Eerder verworven competenties kunnen een bouwsteen of een deel daarvan vormen.
Tenslotte zou coherentie in de inhoud en het aanbod van opleidingen – bijvoorbeeld in de vorm van een landelijk raamwerk – kunnen helpen om het grote aantal routes naar het leraarschap te beperken en studenten, leraren en scholen houvast te bieden bij opleiding en loopbaanontwikkeling.

De volledige concepttekst van het ABC van de leraar vind je binnenkort op onze website.

De commissie roept leraren, lerarenopleiders en anderen nu op om mee te denken.

De commissie organiseert de komende maand in diverse vormen besprekingen van het ABC van de leraar concept met docenten uit verschillende sectoren.