Onze aanpak

N.B.: als gevolg van de Coronacrisis hebben we onze planning en aanpak bijgesteld. Voor de meest recente informatie over de voortgang verwijzen we je naar de nieuwsberichten op deze website.

 

Samen met de sector
In onze aanpak zijn de betrokkenheid van en dialoog met de beroepsgroep van leraren en met het onderwijsveld heel belangrijk. De commissie bestaat daarom grotendeels uit mensen uit de praktijk, de wetenschap en schoolleiding en -bestuur. Om tot een goed en haalbaar advies te komen, gaat de commissie actief de dialoog aan met de brede onderwijssector. We ontwerpen samen met leraren en anderen uit het onderwijsveld en geven iedereen die daar de behoefte aan heeft de gelegenheid om op onze tussenproducten te reageren. 

We doen ook een gericht beroep op experts, ‘omdenkers’ en anderen, om zienswijzen, ideeën en voorstellen goed te toetsen. We praten met de sector en niet over de sector. We luisteren goed, al zal niet alles wat we horen in onze voorstellen landen.


Vanuit onze opdracht komen we ook specifieke zaken tegen die mede bepalend zijn voor een aantrekkelijk en hoogwaardig lerarenberoep. Denk aan het personeelsbeleid op scholen en arbeidsvoorwaardelijke aspecten. Waar dat passend is binnen de opdracht zullen we ook op deze onderwerpen ingaan en zullen we ons advies over de implementatie in die bredere context plaatsen. 

 

 

Drie programmalijnen

We werken onze opdracht uit in drie programmalijnen. De lijnen hebben weliswaar ieder een eigen focus, maar zijn onderling sterk met elkaar verbonden en blijven elkaar dus ook doorlopend beïnvloeden.

 

 

Programmalijn 1
Bekwaamheidsgebieden 
 

In onze opdracht staat:
Formuleer nieuwe bekwaamheidsgebieden voor het po, vo en mbo (inclusief speciaal onderwijs). 


Hoe gaan we dit doen?

Om tot die bekwaamheidsgebieden te komen, vertrekken we vanuit concrete knelpunten die mensen in het onderwijs ervaren in hun dagelijkse werk en hun opleiding. Daarnaast brengen we ontwikkelingen in het huidige onderwijs in kaart, met ook een blik op de toekomst. Dat doen we vanaf medio september in verschillende werkbijeenkomsten met collega’s uit het brede veld van onderwijs en opleiden. In juni voeren we eerste gesprekken met lerarenopleidingen. Op die manier komen we tot beelden over het onderwijs van de toekomst en de verschillende rollen die leraren, ondersteuners, schoolleiders, opleiders en anderen hierin spelen. 
 

Vanuit die concrete knelpunten en beelden van de toekomst formuleren we eisen aan nieuwe bekwaamheidsgebieden [september 2020]. Vervolgens werken we toe naar te onderscheiden bekwaamheidsgebieden. We doen dat door een eerste globaal ontwerp in een aantal rondes te toetsen en aan te scherpen [oktober/november 2020]. 

 

De volgende stap in deze programmalijn gaat over de vraag welke bekwaamheidsgebieden samen tot een bevoegdheid leiden. In de geplande (tussen)rapportage in december zullen we de uitgangspunten en contouren voor het bevoegdhedenstelsel en de lerarenopleidingen schetsen. Ons is gevraagd om ten aanzien van de Pabo in de rapportage in december specifiek stil te staan bij het opleiden van leraren voor onderwijs aan het jonge kind en oudere kind. Tenslotte zal de commissie in de tussenrapportage thema’s benoemen die voortvloeien uit de context van onze opdracht, maar die niet tot de kern van de opdracht behoren. 

 

Eind april/begin mei zal de commissie een tweede rapportage uitbrengen, die met name zal gaan over het gebruik van de bevoegdheden en in het bijzonder over de lerarenopleidingen.

Programmalijn 2       

Gemeenschappelijk deel

 

In onze opdracht staat: 
Formuleer pedagogische en didactische competenties die sector- en vakoverstijgend zijn en dus van elke leraar verwacht worden. We noemen dit het gemeenschappelijk deel.


Hoe gaan we dit doen?
In programmalijn 2 hebben we gekozen voor de samenstelling van een ontwerpgroep, bestaande uit wetenschappers en mensen uit de onderwijspraktijk. Deze groep maakt een eerste ontwerp van dit gemeenschappelijk deel. Dat eerste voorlopige ontwerp leggen we voor aan een klankbordgroep van leraren. Vervolgens krijgt iedereen die daar behoefte aan heeft de mogelijkheid om hierop te reageren via een brede consultatie. Met de opbrengst daarvan wordt het ontwerp in een aantal rondes verder bijgesteld, uitgebreid en verdiept. We starten vanuit het beroep van de leraar en de start van zijn carrière, en breiden van daaruit het ontwerp stapsgewijs uit naar volgende loopbaanfasen en andere rollen/beroepen in het onderwijs. Zo wordt toegewerkt naar een definitief ontwerp. Ook dit proces geven we interactief vorm. Afhankelijk van de voorliggende vragen, benaderen we gericht groepen om te reageren op bepaalde onderdelen, of geven we breed de mogelijkheid om te reageren.

 

 

Programmalijn 3

Lerarenopleidingen 

 

In onze opdracht staat: 
Formuleer uitgangspunten voor de nieuwe vorm van lerarenopleidingen en laat in voorbeeldroutes zien hoe verschillende studenten een bevoegdheid kunnen halen. Hou hierbij rekening met flexibilisering van routes, stapelbare eenheden, loopbaanpaden, heldere routes voor verschillende doelgroepen, eerder verworven competenties, integratie van hbo- en wo-aanbod en spreiding, betaalbaarheid en organiseerbaarheid. 

Hoe gaan we dit doen?

De fasering van programmalijn 3 valt uiteen in twee delen. 

In de eerste fase werken we in overleg met opleidingen algemene ideeën, posities en uitgangspunten uit. Vervolgens maken we op basis van de voorlopige bekwaamheidsgebieden en het voorlopige gemeenschappelijk deel een globaal programma van eisen. 

In de tweede fase gebruiken we dat programma van eisen voor het ontwerp van routevoorbeelden en het ‘opleidingenlandschap’ (waar de opleidingsscholen onderdeel van zijn). Daarnaast starten we zogenaamde partnerprojecten met opleidingen en de scholen waarmee zij samenwerken [januari  2021]. In deze partnerprojecten werken opleidingen en scholen routevoorbeelden uit voor hun eigen opleiding en scherpen we aan de hand daarvan in een aantal rondes het programma van eisen en de voorbeeldroutes verder aan. Dat leidt tot een conceptadvies over de lerarenopleidingen, dat vervolgens zal worden getoetst voordat het als eindadvies in onze tweede rapportage terechtkomt.

 

Reflectie en Dialoog

Naast het betrekken van de sector in de onderscheiden programmalijnen, maken we gebruik van een tweetal panels. Deze panels reflecteren op drie momenten op ons proces en de opbrengsten. Het ene panel bestaat uit wetenschappers uit de sector en het andere panel bestaat uit deskundigen van buiten de sector en zogenaamde ‘omdenkers’. Omdenken vinden we belangrijk om te komen tot goede voorstellen voor een nieuw stelsel van bevoegdheden.