Onze opdracht

In november 2018 kwam de Onderwijsraad met het advies Ruim baan voor leraren over bevoegdheden in het po, vo en mbo. De ministers hebben in reactie daarop aangekondigd dat er een nieuw bevoegdhedenstelsel wordt ontworpen. De Commissie Onderwijsbevoegdheden heeft de opdracht gekregen dit verder uit te werken. 

 

Naar een aantrekkelijke onderwijsarbeidsmarkt                                                           
Het stelsel van bevoegdheden en lerarenopleidingen waarborgt de kwaliteit van onderwijs en dat moet zo blijven, maar kan waar mogelijk nog beter worden. Tegelijkertijd kan het stelsel anders worden ingericht zodat het aantrekkelijker wordt om te (blijven) werken in het onderwijs en leraren beter kunnen inspelen op de individuele behoeften van leerlingen.

De regelgeving over bevoegdheden is momenteel complex en op onderdelen rigide waardoor leraren, potentiële leraren, scholen en lerarenopleidingen knelpunten ervaren in het huidige bevoegdhedenstelsel. Het bevoegdhedenstelsel is onvoldoende toekomstbestendig en past op sommige vlakken niet meer bij het onderwijs dat leerlingen nodig hebben. De ervaren knelpunten zijn voor een deel algemeen van aard, zoals inflexibele schotten tussen sectoren. Daarnaast zijn er specifieke knelpunten, zoals de vraag naar leraren met kennis en ervaring die toegespitst is op de behoeftes van leerlingen op het vmbo, de onderbouw van het basisonderwijs, of het speciaal onderwijs. 

Door ruimte te maken voor meer gespecialiseerde of juist breder georiënteerde bevoegdheden, willen we deze beter laten aansluiten bij datgene wat het onderwijs nodig heeft. Om het beroep aantrekkelijker te maken willen de ministers van Onderwijs meer ruimte voor circulaire carrières en mobiliteit. Dit vraagt om bevoegdheden en lerarenopleidingen waarin structureel ruimte is voor loopbaanontwikkeling binnen, tussen en naar verschillende onderwijssectoren. 

Daarbij is het belangrijk om te kijken wat de huidige tijd vraagt aan verschillende rollen binnen het onderwijs, zoals onderwijsondersteuners, schoolleiders, intern begeleiders en examensecretarissen. Welke rollen vereisen een bevoegdheid en hoe moet dat er dan uitzien?

 

Opdracht* voor de commissie
De adviesvraag aan de commissie is afgebakend tot:

 

Wat moet je kennen en kunnen om bevoegd te zijn

Opdracht 1: formuleer nieuwe bekwaamheidsgebieden voor het po, vo en mbo (inclusief speciaal onderwijs) en een algemeen deel dat op alle sectoren van toepassing is.  

 

Hoe je een dergelijke bevoegdheid haalt.

Opdracht 2: formuleer uitgangspunten voor de nieuwe vorm van lerarenopleidingen en voorbeeldroutes hoe verschillende studenten een bevoegdheid kunnen halen. 

De huidige rolverdeling tussen overheid, werkgevers, professionals en beroepsgroep is hierbij het uitgangspunt.

 

Werkwijze en planning

De ministers van OCW en de commissie Onderwijsbevoegdheden vinden het belangrijk dat het advies voldoende aansluit bij de praktijk. Daarom komen de leden uit de praktijk, zoals docenten, lerarenopleiders, schoolleiders, het beroepsonderwijs en de wetenschap. Om tot een goed advies te kunnen komen, vraagt de commissie daarnaast op verschillende manieren aan diverse (praktijk)deskundigen om mee te denken.

 

De commissie Onderwijsbevoegdheden komt met twee adviezen:

  • Het eerste advies komt in december en gaat over de bekwaamheidsgebieden en het gemeenschappelijk deel dat alle leraren verbindt. Daarnaast zullen we in de eerste rapportage ook de uitgangspunten en contouren voor het bevoegdhedenstelsel en de lerarenopleidingen schetsen.

  • Het tweede advies wordt eind april/begin mei 2021 aan de ministers van OCW aangeboden.
    De commissie gaat in haar tweede advies verder in op het gebruik en de implementatie van de bekwaamheidsgebieden. De commissie zal daarnaast  voorbeeldroutes beschrijven die laten zien hoe verschillende studenten een bevoegdheid kunnen halen. Een bevoegdheid is de formele erkenning van het feit dat een leraar op een bepaald gebied  bekwaam is.

* De commissie moet in ieder geval beschrijven:

 

Opdracht 1

  • Welke rollen binnen een school wenselijk zijn voor het onderwijs van de toekomst (bijvoorbeeld leraar jonge kind, leraar vmbo, instructeur vo/mbo, leraarondersteuner, schoolleider, IB’er);

  • Voor welke van deze rollen een bevoegdheid wenselijk is in de verschillende sectoren en voor welke gebieden in het onderwijs deze apart beschreven moeten worden (bekwaamheidsgebieden);

  • Welke pedagogische en didactische competenties sector- en vakoverstijgend zijn en dus van elke leraar verwacht worden;

  • Of en zo ja, welke sector- en vakoverstijgende bekwaamheidsgebieden wenselijk zijn;

  • Per bekwaamheidsgebied wat de verschillen in competenties zijn;

  • Wat het effect hiervan is voor de kennisbases van opleidingen;

  • Hoe bevoegdheden kunnen worden gestapeld;

  • Wat de gevolgen zijn voor scholen wat betreft het personeelsbeleid en organiseren van het onderwijs;

  • Hoe het advies aansluit bij de curriculumherziening. 

 

Opdracht 2

  • Hoe opleidingen meer kunnen aansluiten bij de wens naar flexibele routes (zoals bijvoorbeeld via modulair opgebouwde opleidingen met stapelbare modules);

  • Hoe dit loopbaanpaden verbetert, zowel binnen als tussen sectoren;

  • Hoe zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met verworven competenties;

 

  • Wat de routes zijn voor verschillende studenten om een bevoegdheid te halen, zoals initiële studenten, zijinstromers, hybride docenten, bevoegde docenten die willen stapelen;

 

  • Wat de gevolgen zijn voor de inrichting van opleidingen, instellingen en het opleidingenlandschap als geheel en welke perspectieven hier denkbaar zijn (bijv: allesomvattende opleidingsinstituten met één opleiding en daar binnen modulaire paden richting verschillende beroepen en/of vakken of specialistische routes/instellingen die opleiden voor specifieke vakken/sectoren of een combinatie);

  • Hoe er meer combinaties kunnen komen tussen hbo en wo-opleidingen (kan variëren van afstemming tot verdergaande integratie van aanbod);

  • Hoe het mogelijk kan worden om modules te volgen bij verschillende instellingen en die te stapelen tot een bevoegdheid; 

  • Wat de gevolgen zijn voor de spreiding van het aanbod van lerarenopleidingen en opleidingsscholen in Nederland;

  • Wat de gevolgen zijn voor opleidingen, zoals de doelmatigheid, financiering en organiseerbaarheid van opleidingen.