Interview met onze voorzitter Paul Zevenbergen




De commissie heeft in de afgelopen maanden vele gesprekken gevoerd in het onderwijsveld over haar eerste denklijnen. In dit interview vertelt Paul Zevenbergen (voorzitter van de Commissie Onderwijsbevoegdheden) hoe hij dit heeft ervaren en welke misverstanden er aan het licht zijn gekomen.

Wat is jullie opgevallen in de gesprekken in het onderwijsveld over de eerste denklijnen van de commissie?

‘In de eerste plaats hebben we de gesprekken ervaren als open, constructief en kritisch. Dat maakt de gesprekken voor ons waardevol. Door corona waren grote bijeenkomsten niet mogelijk. Daarom hebben we de vorm aangepast naar gesprekken in kleine groepjes. En naar grotere online sessies. We merken dat de manier waarop we nu gesprekken voeren diepgang oplevert die je anders misschien minder had gehad. Wat ons ook opviel was dat er over een aantal belangrijke punten misverstanden bestaan bij onze gesprekspartners. Wij moeten deze punten dus duidelijker communiceren.’

Kun je een voorbeeld van zo’n misverstand noemen?

‘We merken dat er veel misverstanden bestaan over het gemeenschappelijk pedagogisch didactische deel. Dit gaat over het pedagogische en didactische deel van het beroep waar elke leraar mee te maken krijgt. Bijvoorbeeld lesvoorbereiding, lesgeven en het evalueren van lessen. Of om het iets formeler te verwoorden: het vormgeven, uitvoeren en evalueren van onderwijs.

De Onderwijsraad stelde zo’n gemeenschappelijk deel voor in haar advies 'Ruim baan voor leraren'. De commissie werkt dit advies nu verder uit.’

We merken dat er veel misverstanden bestaan over het gemeenschappelijk pedagogisch didactische deel'

En wat is volgens de commissie dan het misverstand?

‘We merken dat zo’n gemeenschappelijk deel door veel mensen wordt gezien als een basis, waar elke lerarenopleiding mee zou moeten starten. Dat is niet zo. En het leidt in ons denken dus ook niet tot een basisbevoegdheid.’

Wat is het pedagogische en didactische deel dan wel?

‘Het is één van de vier gebieden van bekwaamheid die verweven zijn in de opleiding tot leraar. De andere gebieden zijn vakinhoud, vakdidactiek en de specifieke groep leerlingen of studenten waarmee je gaat werken. Het gemeenschappelijk pedagogisch didactische deel is wel het gebied dat alle leraren verbindt en in elke lerarenopleiding terug zou moeten komen.’

Je noemt ook de vakinhoud. Hoe verhoudt die zich tot dat gemeenschappelijke deel?

‘In het denken van de commissie is vakinhoud een volwaardig deel van wat een leraar in huis moet hebben. Vakinhoud, vakdidactiek, pedagogiek/didactiek en kennis van de doelgroep zijn allemaal wezenlijke gebieden van bekwaamheid voor een leraar. We vinden dat de lat hoog moet liggen, niet alleen voor de vakinhoud, maar over de volle breedte. Het werk van de leraar gaat namelijk steeds over het combineren van al deze gebieden. Die samenhang is daarom ook belangrijk in de opleiding. De inhoud en de diepgang van kennis kan natuurlijk verschillen, afhankelijk van in welk onderwijs en met welke groepen leerlingen of studenten je als leraar werkt. Op de ene plek zal het accent meer op vakinhoud en vakdidactiek liggen. Op de andere plek is juist veel expertise nodig op het gebied van de specifieke doelgroep waarmee je als leraar werkt.’

133 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven

Rapport Synthetron sessies 27 en 30 oktober jl.

Op 27 en 30 oktober jl. organiseerde de Commissie Onderwijsbevoegdheden twee online sessies over: De Gemeenschappelijke kern van het leraarschap De gedachte van bevoegdheid als éénmalig startbewijs vo